Onderzoek

De Beste Bestuurder is meer dan een verkiezing. We onderzoeken ook wat de ontwikkelingen zijn in de verschillende ambten bij gemeenten, waterschappen en provincies. We kijken daarbij naar wat goed gaat én naar waar nog groei mogelijk is. In de vragenlijsten vragen we invullers dus niet alleen wie ze willen nomineren voor de titel Beste Bestuurder, maar ook naar hun mening en ervaringen op een thema. Dit jaar hebben we het thema ‘Besturen met lef’ onderzocht en wat de landelijke politiek daarin van de lokale en regionale politiek kan leren. De onderzoeksresultaten staan hieronder.

De kennis die we opdoen, delen we onder andere in artikelen en tijdens de uitreiking van de Beste Bestuurder. Op die manier kunnen ambtsdragers van elkaar leren over wat er goed gaat, maar ook waar de grootste uitdagingen liggen.

Meer weten over onderzoeksmethoden, zowel voor het jaarthema als voor de verkiezing van de Beste Bestuurder? Lees onze onderzoeksverantwoording.


Onderszoeksresultaten jaarthema 2025: Lessen voor de landelijke politiek uit de lokale en regionale politiek

Werk constructief samen voor het algemeen belang, voer debat op de inhoud en met respect, maak keuzes en sta daarvoor, en zoek de verbinding met de samenleving. Dat is wat de landelijke politiek kan leren van het decentraal bestuur volgens volksvertegenwoordigers en bestuurders uit gemeenten, provincies en waterschappen. Zij brengen dit naar voren in een onderzoek van Necker naar het thema ‘Besturen met lef’.  

Aan het onderzoek deden 868 volksvertegenwoordigers, bestuurders, griffiers en secretarissen uit gemeenten, waterschappen en provincies mee. 

Les 1: Werk constructief samen voor het algemeen belang

Deelnemers missen in landelijke focus op het algemeen belang in plaats van de eigen achterban, en een gebrek aan focus van politici op overeenkomsten en waar je elkaar wél kunt vinden.  

In de lokale en regionale politiek daarentegen zien deelnemers de constructieve samenwerking wel. “Deze bestuurders besturen met lef en ambitie zonder het belang van de gemeente uit het oog te verliezen”, zo merkt een volksvertegenwoordiger op. Ook beoordeelt 74% de mate van collegiaal bestuur als goed tot zeer goed, en 71% is van mening dat bestuurders elkaar goed tot zeer goed aanvullen. 

Les 2: Voer debat op de inhoud en met respect 

Volgens de invullers kan de landelijke politiek verder wel wat leren van hoe bestuurders en volksvertegenwoordigers van decentrale overheden met elkaar omgaan, zowel voor als achter de schermen. Hoewel er in het nieuws ook wel voorbeelden naar voren komen van waar de bestuurscultuur onder druk staat, geven invullers overwegend aan dat het debat vooral gevoerd wordt op de inhoud en niet op de persoon. Zo vindt 80% van de deelnemers de omgangsvormen in hun gemeente, provincie of waterschap goed tot zeer goed, en volgens 76% is er (zeer) veel respect voor elkaars positie. Illustratief is de opmerking van een invuller: “De landelijke politiek kan veel leren van hoe wij lokaal politiek bedrijven. In onze gemeente staat de inhoud centraal. Er zijn verschillen van mening, maar discussies gaan over feiten, haalbaarheid en oplossingen voor inwoners. (…).”  

Les 3: Maak keuzes en sta daarvoor 

Invullers zijn van mening dat landelijke politici meer keuzes zouden moeten durven maken, ook als die moeilijk en impopulair zijn. Als er een keuze is gemaakt, is het van belang om ook echt voor die keuze te staan, wat bijdraagt aan voorspelbaarheid van het gevoerde beleid en onzekerheid vermindert. Of zoals een invuller het verwoordt: “Maak een keuze! En ga aan de slag. Bijstellen kan altijd nog……..niets doen is geen optie meer.” Of: “Pragmatisch kijken naar problemen en dan soms gewoon een risicovolle keuze nemen in plaats van jarenlange trajecten met commissies waarvan het rapport uiteindelijk toch in een la belandt.” 

Les 4: Zoek de verbinding met de samenleving 

Invullers denken dat landelijke politici de afstand tot de inwoner letterlijk kunnen overbruggen door meer het land in te gaan. Politici krijgen zo zicht op wat er leeft onder inwoners en krijgen meer gevoel bij impact die besluiten, of juist het uitstellen daarvan, op inwoners hebben.  

Uit ons onderzoek blijkt dat invullers dat bij de decentrale overheid zien gebeuren. Zij zetten ‘Dichtbij inwoners staan’ in de top 3 van elementen waarvan zij vinden dat dit het bestuurlijk vermogen van hun gemeente, provincie of waterschap sterk maakt. Voor de deelnemers uit gemeenten (raadsleden, wethouders en burgemeesters) is dichtbij inwoners staan zelfs de belangrijkste reden om het bestuurlijk vermogen van hun gemeente als sterk te zien. Het dwingt tot realisme, verantwoordelijkheid en fatsoen, zo merkt een invuller op. Om dichtbij inwoners te staan hechten invullers er bijvoorbeeld aan dat bestuurders luisteren en meeleven en iets doen met feedback die zij krijgen.  

Van les naar praktijk: de kwaliteiten van bestuurders 

Om deze lessen in de praktijk te brengen zijn de kwaliteiten van bestuurders belangrijk. Dit is een van de meest belangrijke factoren volgens invullers waar het decentraal bestuur zijn bestuurlijk vermogen aan ontleend. Volksvertegenwoordigers en bestuurders geven aan dat de eigenschappen daadkracht, communicatief vermogen en deskundigheid in de afgelopen vijf jaar belangrijker zijn geworden om de maatschappelijke opgaven het hoofd te bieden. Het goede nieuws: volgens het merendeel van de invullers zijn deze eigenschappen ook aanwezig onder de bestuurders van hun gemeente, provincie of waterschap. Van de invullers vindt 69% dat hun bestuurders daadkrachtig zijn, 69% dat ze communicatief zijn en 74% dat ze deskundig zijn. 

Alle onderzoeksresultaten staan in het ondrezoeksrapport Beste Bestuurder 2025 – Besturen met lef.